ECLI:NL:RBDHA:2017:16740

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
30 oktober 2019
Zaaknummer
6390845 RL EXPL 17-25771
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde bij verstek

Eisers vorderen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van achterstallige huurpenningen en wettelijke rente. Gedaagde verschijnt niet en reageert niet, waardoor verstek wordt verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze bij verstek toe. De wettelijke rente wordt toegekend vanaf de dag van dagvaarding tot aan de voldoening. De machtiging aan eisers om zelf de ontruiming uit te voeren wordt afgewezen, aangezien de bevoegdheid daartoe reeds uit de wet voortvloeit.

De ontbinding van de huurovereenkomst wordt uitgesproken, gedaagde wordt veroordeeld het gehuurde binnen drie dagen na betekening te ontruimen en de sleutels af te geven. Tevens wordt betaling van een bedrag van € 3.133,65 plus wettelijke rente en een maandelijkse vergoeding van € 615,37 voor iedere maand dat het gehuurde na 1 november 2017 in bezit wordt gehouden, opgelegd. De borgsteller wordt eveneens veroordeeld tot betaling met een maximum van € 3.500,00. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente.

Uitspraak

Grosse afgegeven aan mr. B.J. Groenhuijzen op
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
Rolnummer: 6390845 RL EXPL 17-25771
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1]

2. [eiser 2]

3. [eiseres 1]

4. [eiseres 2]

tegen

1.[gedaagde 1]

2. [gedaagde 2] , in haar hoedanigheid van borgsteller

Het procesverloop
Eisende partij heeft gevorderd zoals beschreven in de dagvaarding, waarvan een gewaarmerkt afschrift aan dit vonnis is gehecht en waarnaar wordt verwezen voor wat betreft de namen en woonplaatsen van partijen en de namen van de gemachtigde(n). Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.
Beoordeling van het geschil
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden, met dien verstande dat de wettelijke rente zal worden toegewezen als hierna vermeld. De door eisende partij gevorderde machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren, zal worden afgewezen, omdat de bevoegdheid tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming reeds voortvloeit uit de artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Beslissing
De kantonrechter,
1. ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;
2. veroordeelt gedaagde partij sub 1 om het gehuurde binnen 3 dagen na betekening van het vonnis met al de zijnen/haren en het zijne/hare te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen;
3. veroordeelt gedaagde partij sub 1 om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 3133,65 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2711,55 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening en voorts te betalen een bedrag van € 615,37 voor iedere maand, gedurende welke gedaagde partij het gehuurde ingegane maand vanaf 1 november 2017 in bezit zal houden, een ingegane maand voor een volle gerekend;
4. veroordeelt gedaagde partij sub 2 om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 3133,65 en voorts te betalen een bedrag van € 615,37 voor iedere maand, gedurende welke gedaagde partij het gehuurde ingegane maand vanaf 1 november 2017 in bezit zal houden, een ingegane maand voor een volle gerekend, met een maximum van € 3.500,00;
6. veroordeelt gedaagde partij sub 1 in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 455,11, waaronder € 175,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;
7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
8. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Derijks, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.
de griffier, de kantonrechter,