Uitspraak
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[geboortedatum]1982, van Congolese nationaliteit, eiser/verzoeker (eiser) (gemachtigde: mr. M.R. van der Linde),
Rechtbank Den Haag
Een Congolese man heeft asiel aangevraagd met het beroep dat hij bij terugkeer naar Congo het risico loopt op foltering en onmenselijke behandeling vanwege zijn vermeende steun aan een oppositiepartij. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de aanvraag afgewezen omdat het relaas van de eiser niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder dat eiser of zijn gemachtigde bij de zitting aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De verklaringen van eiser waren tegenstrijdig en werden ondermijnd door berichten op zijn Facebookpagina die dateren uit de periode waarin hij gevangen zou hebben gezeten.
Verder acht de rechtbank het risico dat een gestolen rapport in handen van de Congolese autoriteiten valt onvoldoende om een asielvergunning te rechtvaardigen. Ook het algemene ambtsbericht over Congo bevestigt dat alleen personen met een duidelijke rol binnen oppositiegroeperingen risico lopen op mensenrechtenschendingen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.