Een werknemer bij IKEA werd op staande voet ontslagen wegens het herhaaldelijk doen van aankopen met personeelskorting tijdens werktijd, in strijd met de geldende CAO, huisregels en gedragscode. Op 29 mei 2017 gebruikte zij haar personeelspas om aankopen van familieleden te laten afrekenen, wat een verzwarende omstandigheid vormde.
Na intern onderzoek, gesprekken en confrontatie met de bevindingen, werd het ontslag op staande voet op 3 juni 2017 gegeven. De werknemer stelde dat er geen dringende reden was en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, maar de kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig en onverwijld was.
Het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag en doorbetaling van loon werd afgewezen. Wel werd zij toegewezen het restant van haar eindafrekening. De kantonrechter wees ook het voorwaardelijke verzoek van IKEA tot ontbinding af om de appelrechter niet te beperken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.