ECLI:NL:RBDHA:2017:16387

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2017
Publicatiedatum
6 maart 2018
Zaaknummer
C-09-534566-HA ZA 17-643
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 230 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart tuchtuitspraak NGTV onrechtmatig en beveelt rectificatie en schadevergoeding

De zaak betreft een bodemprocedure tussen eiser en het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV) over een tuchtuitspraak van de NGTV Tuchtcommissie van 7 maart 2013. Eiser stelt dat deze uitspraak in strijd is met het tuchtreglement en dat de publicatie daarvan onrechtmatig is, waardoor hij schade heeft geleden.

De gedaagde, NGTV, is niet verschenen en verstek is verleend. De rechtbank verwijst naar de dagvaarding voor de feiten en vorderingen. De rechtbank oordeelt dat de tuchtuitspraak inderdaad in strijd is met het tuchtreglement en beveelt dat NGTV een nieuwe beslissing neemt na een zorgvuldige behandeling van de klacht. Tevens wordt NGTV bevolen een rectificatie te plaatsen in het verenigingsblad De Linguaan en wordt het verboden zich negatief over eiser uit te laten met een dwangsom bij overtreding.

Verder verklaart de rechtbank dat NGTV onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt tot schadevergoeding, nader te bepalen. De proceskosten van eiser worden eveneens toegewezen. De uitvoerbaarheid bij voorraad wordt toegekend voor de belangrijkste veroordelingen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de tuchtuitspraak onrechtmatig, beveelt rectificatie en nieuwe behandeling, en veroordeelt NGTV tot schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/534566/HA ZA 17-643
Vonnis van 19 juli 2017
in de zaak van
[A],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat mr. J.M. Stevers te Leiden,
tegen
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
NEDERLANDS GENOOTSCHAP VAN TOLKEN EN VERTALERS (NGTV),
gevestigd en kantoorhoudende te Leiden,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 8 juni 2017, tegen de eerste rolzitting van 21 juni 2017, met producties 1 tot en met 7;
  • het ter rolzitting van 21 juni 2017 tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.
2.2.
De rechtbank zal ambtshalve bepalen dat in het petitum onder 4. aan de op te leggen dwangsom een maximum wordt verbonden van € 25.000,-- en dat gedaagde pas dwangsommen verschuldigd is na betekening van het vonnis, waarbij ten aanzien van de publicatie in ‘De Linguaan’ rekening zal worden gehouden met de verwerking van de rectificatie.
2.3.
De rechtbank zal de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring ten aanzien van de gevorderde en toegewezen verklaringen voor recht afwijzen, nu een verklaring voor recht zich niet leent voor uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
2.4.
Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet ongegrond of onrechtmatig voor. Derhalve wordt het gevorderde toegewezen op de wijze zoals hierna volgt.
2.5.
De rechtbank zal gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van de eisende partij op de wijze zoals hierna volgt, nu de eisende partij op basis van een toevoeging procedeert. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart voor recht dat de uitspraak van de Tuchtcommissie van 7 maart 2013 in strijd is met het Tuchtreglement van het NGTV;
3.2.
beveelt gedaagde onder intrekking van de uitspraak van 7 maart 2013 een nieuwe beslissing van de tegen eisende partij ingediende klacht te doen nemen, nadat daarvan een zorgvuldige behandeling heeft plaats gevonden;
3.3.
beveelt gedaagde om in de eerstvolgende editie van haar verenigingsblad De Linguaan, gerekend vanaf twee weken na betekening van dit vonnis, een rectificatie te plaatsen van de publicatie over de tuchtrechtelijke uitspraak, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,--;
3.4.
verbiedt gedaagde om zich, na betekening van dit vonnis, op enigerlei wijze negatief over eiser uit te laten naar aanleiding van de in deze procedure besproken tuchtrechtelijke uitspraak, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per negatieve (schriftelijke dan wel mondelinge) uitlating, met een maximum van € 25.000,-- ;
3.5.
verklaart voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de uitspraak van de Tuchtcommissie en de publicatie daarvan, waardoor de eisende partij schade heeft geleden;
3.6.
veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de schade die door de eisende partij is geleden, nader op te maken bij staat;
3.7.
veroordeelt gedaagde om voor de proceskosten van de eisende partij te betalen aan de eisende partij € 78,-- voor betaald griffierecht en € 452,-- voor forfaitair salaris advocaat;
3.8.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.6 en 3.7 uitvoerbaar bij voorraad;
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.