ECLI:NL:RBDHA:2017:16328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.J.A. Huijgens
- M.A. Dirks
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omkering bewijslast en matiging vergrijpboetes bij niet-ingediende aangiften inkomstenbelasting 2011-2013
De rechtbank Den Haag behandelde de beroepen van eiseres tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2011 tot en met 2013. Verweerder had de aanslagen ambtshalve vastgesteld omdat eiseres de vereiste aangiften niet had gedaan. Daarnaast waren vergrijpboetes opgelegd wegens opzettelijk niet doen van aangifte.
Eiseres voerde aan dat zij ten onrechte niet was gehoord in bezwaar en dat de aanslagen en boetes onterecht waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de bewijslast had omgekeerd en verzwaard vanwege het niet doen van aangifte. De rechtbank vond de schattingen van het belastbaar inkomen en vermogen redelijk en aannemelijk, mede gelet op de omvangrijke bescheiden uit het politieonderzoek en eerdere veroordelingen.
De rechtbank matigde de vergrijpboetes met 25% vanwege de omkering van de bewijslast en met 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De beroepen tegen de aanslagen werden ongegrond verklaard, maar de beroepen tegen de boetes werden gegrond verklaard voor zover de boetes werden verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De vergrijpboetes worden gematigd tot 70% van het oorspronkelijke bedrag, aanslagen blijven in stand.