ECLI:NL:RBDHA:2017:16287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht asielaanvraag aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Ghanees, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
De rechtbank stelt vast dat uit Eurodac blijkt dat eiser op 8 februari 2016 in Italië een asielaanvraag heeft ingediend. Ondanks eisers stelling dat hij geen asielaanvraag in Italië heeft gedaan, kan dit niet afdoen aan het Eurodac-resultaat. Italië heeft de verantwoordelijkheid erkend.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet kan worden toegepast vanwege problemen in de opvang. De rechtbank volgt echter de bestendige jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stellen dat de situatie in Italië niet vergelijkbaar is met die in Griekenland in eerdere arresten.
De rechtbank ziet geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Italië onredelijk maken. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot overdracht van zijn asielaanvraag aan Italië is ongegrond verklaard.