ECLI:NL:RBDHA:2017:16275
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late indiening beroepsgronden afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, maar dit beroep werd door de rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden buiten de gestelde termijn waren ingediend.
Opposante stelde dat zij door het ontbreken van een kopie van het dossier en het ontbreken van bijstand van haar gemachtigde niet tijdig kon reageren en dat de termijn van vier weken te krap was. Zij voerde aan dat de zaak nog niet inhoudelijk was behandeld en dat de goede procesorde zich niet tegen de latere indiening verzet.
De rechtbank oordeelde dat opposante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om uitstel te vragen en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren voor het verzuim. De rechtbank verwierp het beroep op de goede procesorde en bevestigde dat artikel 6:6 Awb Pro een kan-bepaling is die in de praktijk leidt tot niet-ontvankelijkheid bij niet-tijdige herstel van verzuim.
Het verzet werd ongegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens te late indiening van de beroepsgronden is ongegrond verklaard.