ECLI:NL:RBDHA:2017:16273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres, met de Bulgaarse nationaliteit, was sinds 6 september 2012 ingeschreven in Nederland. Verweerder stelde vast dat zij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had omdat zij geen arbeid in loondienst of als zelfstandige had verricht, noch als werkzoekende of economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan rechtmatig verbleef. Eiseres ontving sinds 21 juli 2016 een bijstandsuitkering en voerde aan dat zij daarvoor over voldoende middelen beschikte en dat zij door ziekte niet kon werken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij arbeid had verricht en dat het ontvangen van toeslagen uit publieke middelen niet volstaat als bewijs van voldoende bestaansmiddelen. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres dat het beroep op bijstand niet automatisch het rechtmatig verblijf beëindigt, omdat zij nooit rechtmatig verblijf had gehad.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan.