ECLI:NL:RBDHA:2017:16261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens niet vastgestelde identiteit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis is afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het niet kunnen vaststellen van haar identiteit en familierechtelijke relatie met de referent, een Eritrese asielvergunninghouder.
Tijdens de procedure heeft eiseres geen documenten overlegd die haar identiteit konden bevestigen en stelde zij dat zij niet in het bezit kon komen van een identiteitskaart. Pas bij aanvullende beroepsgronden overhandigde zij een kopie van een identiteitskaart, maar deze werd niet meegenomen in de beoordeling omdat de toetsing ex tunc plaatsvindt, dat wil zeggen op basis van de feiten ten tijde van het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat de identiteit van eiseres niet vaststaat. Ook het beroep op artikel 11 lid 2 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn faalt omdat dit artikel ziet op bewijsmiddelen voor de gezinsband en niet op het vaststellen van identiteit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard wegens niet vastgestelde identiteit.