Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
€ [xx]
3.Het verzoek en het verweer
€ 32.766,68 bruto,
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, sinds 1991 in dienst bij de rechtsvoorganger van de Gemeente Den Haag, maakte aanspraak op transitievergoeding na beëindiging van zijn dienstverband. De arbeidsovereenkomst was voortgezet via een doorwerkregeling in het sociaal plan, gesloten in het kader van de afbouw van WIW-banen.
De Gemeente Den Haag verweerde zich met het Besluit overgangsrecht transitievergoeding, dat dubbele betalingen moet voorkomen wanneer werknemers op grond van afspraken vóór 1 juli 2015 aanspraak hebben op voorzieningen. De kantonrechter oordeelde dat het sociaal plan niet was vervallen en dat verzoeker nog steeds rechten aan de doorwerkregeling kon ontlenen.
Hoewel verzoeker stelde dat de doorwerkregeling geen voorziening in de zin van het Besluit was, concludeerde de rechtbank dat het salaris en de arbeidsvoorwaarden hem in een betere financiële positie brachten dan bij beëindiging per 1 juli 2012. Hierdoor was het Besluit van toepassing en bestond geen recht op transitievergoeding.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker heeft geen recht op transitievergoeding wegens toepassing van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding op grond van de doorwerkregeling in het sociaal plan.