ECLI:NL:RBDHA:2017:15712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij woningoverval en woninginbraak
Verdachte werd beschuldigd van betrokkenheid bij een gewelddadige woningoverval op haar schoonmoeder en een woninginbraak bij haar zwager enkele dagen daarvoor. De officier van justitie vorderde veroordeling wegens medeplegen, uitlokken of medeplichtigheid, hoewel verdachte niet fysiek aanwezig was bij de feiten.
Tijdens het onderzoek en de terechtzittingen bleek dat verdachte zich lange tijd op haar zwijgrecht beriep, waardoor vragen over haar betrokkenheid onbeantwoord bleven. Uit het dossier kwamen aanwijzingen zoals het verwijderen van belgeschiedenis en wisseling van telefoonnummers, maar er was geen direct bewijs dat zij op de hoogte was van of een coördinerende rol had bij de overval en diefstal.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de strafbare feiten. Ook de verklaringen van betrokkenen en technische gegevens boden geen overtuigend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij de woningoverval en woninginbraak.