ECLI:NL:RBDHA:2017:14927
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- H.N. Pabbruwe
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding kosten indienen en behandelen verzoek ex artikel 89 Sv na niet-ontvankelijkverklaring OM
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek ex artikel 591a Wetboek van Strafvordering ingediend door de erfgenamen van een overleden verdachte. De strafzaak tegen de verdachte was reeds geëindigd met een onherroepelijk vonnis waarbij het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het overlijden van de verdachte.
De erfgenamen vroegen vergoeding van de kosten die zij hadden gemaakt voor het indienen en behandelen van een verzoek ex artikel 89 Sv Pro. Hoewel het verzoek ex artikel 89 Sv Pro uiteindelijk werd afgewezen, oordeelde de rechtbank dat het niet zonder meer evident was dat dit verzoek ongegrond zou zijn, waardoor het billijk was dat de verzoekers de mogelijkheid kregen dit verzoek te laten beoordelen.
De rechtbank kende daarom een vergoeding van € 280,- toe aan de erfgenamen voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoek. De beslissing werd genomen door rechter H.N. Pabbruwe, in aanwezigheid van griffier A.A.M. Doornekamp en M. van Haalem, en uitgesproken op 22 december 2017.
Uitkomst: Rechtbank wijst verzoek ex artikel 89 Sv af maar kent erfgenamen een vergoeding van € 280,- toe voor gemaakte proceskosten.