ECLI:NL:RBDHA:2017:14868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderopvangtoeslag 2012 na gedeeltelijke weigering door Belastingdienst
Eiseres had voor 2012 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen, maar de Belastingdienst stelde het definitieve recht uiteindelijk op nihil vanwege het ontbreken van bewijs voor een bedrag van €333 aan kosten. De rechtbank oordeelt dat eiseres weliswaar niet volledig heeft aangetoond dat zij de kosten heeft voldaan, maar dat het volledig onthouden van toeslag in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Ter zitting toonde eiseres alsnog het contract voor opvang van het oudste kind, dat door verweerder werd geaccepteerd. De discussie bleef beperkt tot de vraag of de kosten daadwerkelijk waren voldaan. Uit de jaaropgave en bankafschriften bleek een verschil van €333,80. Eiseres verklaarde dat zij vaste bedragen betaalde en geen eindafrekening had ontvangen, waardoor zij in de veronderstelling verkeerde dat zij volledig had betaald.
De rechtbank acht het onredelijk om eiseres volledig de toeslag te onthouden zonder bewijs van niet-betaling, mede gelet op het ontbreken van aanmaningen en de onderliggende documenten. Voor november en december 2012 bestaat geen recht op toeslag. De rechtbank stelt het recht daarom vast op €5.498 en draagt verweerder op het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het recht op kinderopvangtoeslag 2012 wordt vastgesteld op €5.498 in plaats van nihil.