ECLI:NL:RBDHA:2017:14818
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor vakantie en reisdocument aan niet gezagdragende ouder
De vader verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met zijn minderjarige dochter tijdens de kerstvakantie naar Suriname te reizen en een nieuw paspoort aan te vragen, omdat de moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, haar toestemming weigerde te geven.
De moeder voerde aan dat het niet in het belang van de minderjarige was om te reizen vanwege haar slechte schoolcijfers en de naderende toetsweek. De vader stelde dat de dochter tijdens het verblijf in Suriname voldoende gelegenheid zou hebben om te studeren en dat het belangrijk was voor haar om familie te ontmoeten.
De rechtbank oordeelde dat het niet realistisch was te verwachten dat de dochter haar cijfers volledig zou kunnen verbeteren door de vakantie in Nederland te blijven, en dat het belang van de dochter ook omvat dat zij ontspanning heeft en haar relatie met haar vader kan onderhouden.
Daarom verleende de rechtbank de vervangende toestemming voor de reis en het aanvragen van een paspoort namens de moeder, met de voorwaarde dat het paspoort na terugkeer aan de moeder wordt overgedragen. Tevens werd toestemming gegeven dat een meerderjarige neef of nicht de dochter kan begeleiden.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken door kinderrechter H. Wien op 15 december 2017.
Uitkomst: De rechtbank verleent de niet gezagdragende vader vervangende toestemming voor de reis naar Suriname en het verkrijgen van een paspoort voor zijn minderjarige dochter.