ECLI:NL:RBDHA:2017:14781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinterugwijzing naar Italië
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 25 augustus 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ernstige tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure, opvang en detentie, onderbouwd met diverse rapporten van internationale organisaties. Hij stelde dat hij in Italië niet effectief beroep kon instellen tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en dat hij bij terugkeer in slechte detentieomstandigheden zou verkeren.
De rechtbank overwoog dat hoewel er zorgen zijn over de situatie in Italië, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt. De door eiser overgelegde rapporten geven geen wezenlijk ander beeld. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk in een onhoudbare situatie zal verkeren.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van indirect refoulement en dat eiser zijn klachten eerst bij Italiaanse autoriteiten moet indienen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.