ECLI:NL:RBDHA:2017:14758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit Dublinverordening en verantwoordelijkheid Roemenië
Eiseres, een Iraakse vrouw, diende op 5 augustus 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Roemenië gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiseres voerde aan dat het dossier onvolledig was en dat zij een duurzame relatie had met een partner in Nederland die internationale bescherming geniet, waardoor Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn. Tevens stelde zij dat overdracht aan Roemenië een onevenredige hardheid zou zijn en beriep zich op artikel 8 EVRM Pro over gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld, dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van een duurzame relatie en dat wisselende verklaringen haar geloofwaardigheid ondermijnden. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de procedure alleen de verantwoordelijke lidstaat betrof. Ook werd geen bijzondere individuele omstandigheden aangetoond die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is.