Uitspraak
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
eisende partij in het verzet,
gemachtigde: mr. P. van der Mierden,
[geopposeerde] ,
gedaagde partij in het verzet,
gemachtigde: mr. L.A.M. van den Eeden.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzetprocedure van de Staat der Nederlanden tegen een verstekvonnis waarin zij werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan een particuliere partij. De oorspronkelijke dagvaarding was op 6 september 2016 uitgebracht, gevolgd door een verstekvonnis op 22 september 2016. De Staat stelde verzet in met dagvaarding van 17 oktober 2016, maar deze werd niet tijdig op de rol gebracht.
De kantonrechter stelde vast dat de verzetdagvaarding niet op de rolzitting van 2 november 2016 was verschenen, en dat het herstelexploot pas op 17 november 2016 was uitgebracht, wat buiten de wettelijk gestelde termijn van twee weken viel. Hierdoor verviel de aanhangigheid van het verzetgeding op grond van artikel 125 lid 5 Rv Pro.
De Staat heeft geen reactie gegeven op het verzoek van de wederpartij om niet-ontvankelijkheid te verklaren. De kantonrechter verklaarde daarom de Staat niet-ontvankelijk in haar verzet, waardoor het verstekvonnis onverminderd van kracht blijft.
Uitkomst: De Staat wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens niet tijdig indienen van de verzetdagvaarding.