ECLI:NL:RBDHA:2017:14233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas en afwezigheid 15-c situatie in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege vermeende problemen met de Taliban, voortkomend uit een conflict over de uithuwelijking van zijn zus. Hij stelde tevens dat hij als Oezbeek etnische problemen ondervond. Verweerder wees het verzoek af omdat het asielrelaas onvoldoende concreet en geloofwaardig was en omdat er geen sprake was van een artikel 15-c situatie in Afghanistan.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet kon aangeven aan wie zijn zus was uitgehuwelijkt en wanneer de gebeurtenissen plaatsvonden. Ook was zijn verklaring over de betrokkenheid van zijn vader bij het informeren van de Taliban onvoldoende onderbouwd. De rechtbank achtte de stelling dat eiser een simpele man uit een afgelegen dorp was en dat zijn vader drugsverslaafd was, onvoldoende om de geloofwaardigheid te versterken.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie in Afghanistan die een reëel risico op ernstige schade voor terugkeerders oplevert, mede gelet op recente jurisprudentie van het EHRM en rapporten van Amnesty International. De stelling dat Oezbeken in de regio een kwetsbare groep vormen, werd eveneens onvoldoende onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en afwezigheid van een artikel 15-c situatie.