ECLI:NL:RBDHA:2017:14152
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor continuering opvang asielzoekers met minderjarig kind
Verzoekers, een gezin met een minderjarig kind, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 28 augustus 2017 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), kondigde aan de opvang per 26 september 2017 te beëindigen, maar bood aan verzoekers tijdelijk onder te brengen in een gezinslocatie met versoberde voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening onverwijlde spoed heeft vanwege de voorgenomen overplaatsing en beëindiging van de opvang. Op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Regeling verstrekkingen asielzoekers, mag de vreemdeling tijdens de beroepsprocedure de uitkomst afwachten en heeft hij recht op opvang.
Verweerder stelde dat de beëindiging van de opvang geen besluit was en dat tegen de feitelijke uitvoering geen rechtsmiddelen openstaan. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de handeling van verweerder gelijkgesteld is aan een besluit en dat de opvang dient te worden voortgezet totdat op de voorlopige voorzieningen in de asielprocedure is beslist.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoekers. Er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De opvang van verzoekers wordt voortgezet totdat op hun verzoeken om voorlopige voorziening is beslist.