ECLI:NL:RBDHA:2017:14119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Afghaan wegens ontbreken reëel risico op vervolging of schending EVRM
Eiser, een minderjarige Afghaanse jongen, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van een dreigend risico bij terugkeer naar Afghanistan. Hij stelde dat mannen met baarden, vermoedelijk Taliban, hem probeerden te lokken om deel te nemen aan de gewapende strijd en dat hij risico liep op seksueel misbruik via het gebruikelijke bacha bazi.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht rekening hield met de minderjarige leeftijd en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn verhaal te doen.
De rechtbank vond de beweringen van eiser onvoldoende concreet en aannemelijk, aangezien er geen feitelijke gebeurtenissen waren die een reëel risico onderbouwden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige Afghaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico.