ECLI:NL:RBDHA:2017:14047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig vrezen eerwraak door relatie met meisje uit andere stam
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, verzocht asiel met het argument dat hij vreest voor eerwraak vanwege zijn relatie met een meisje uit een andere stam. Hij stelde dat hij door haar familie werd verstoten en dat het meisje door gewapende mannen werd ontvoerd, waarna hij zelf vluchtte uit angst voor eerwraak.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de relatie en de vermeende verstoting door zijn vader. De rechtbank bevestigde dit oordeel, wijzend op tegenstrijdigheden en onvoldoende aannemelijkheid van de verklaringen van eiser.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk gevaar loopt op eerwraak. Ook vond de rechtbank de gedragingen van eiser niet in overeenstemming met de ernst van zijn beweringen, zoals het ontbreken van pogingen om contact te zoeken met zijn vriendin.
Gelet op de feiten en de motivering van de staatssecretaris concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn vrezen eerwraak.