ECLI:NL:RBDHA:2017:13982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen afwijzing mvv-nareis wegens onvoldoende identiteitsbewijs
Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben aanvragen ingediend voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij hun zoon, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees deze aanvragen af omdat eisers geen voldoende bewijsstukken overlegden voor hun identiteit, nationaliteit en gezinsband.
Eisers stelden dat zij wel degelijk bewijsstukken hadden overgelegd, waaronder een familieboekje en legitimatie van het Vrije Syrische leger, en beriepen zich op bewijsnood en de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank oordeelde dat de identiteit van eiser en twee eiseressen niet was aangetoond vanwege het ontbreken van officiële documenten en aannemelijke verklaringen.
Voor eiseres 1 werd het anders beoordeeld omdat zij in beroep een originele Syrische identiteitskaart overlegde. De rechtbank stelde dat deze nieuwe informatie niet buiten beschouwing mocht blijven en constateerde een motiveringsgebrek in het besluit van verweerder.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overgelegde identiteitskaart. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Er werd geen voorziening getroffen door de rechtbank zelf, maar verweerder moet de identiteit en familierechtelijke relatie nader onderzoeken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overgelegde identiteitskaart.