ECLI:NL:RBDHA:2017:13573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Cuba taxichauffeur wegens economische motieven
Eiser, een Cubaanse taxichauffeur, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege corruptie door politie en zijn status als dissident Cuba had verlaten. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat het vertrek volgens hem op economische motieven berustte.
Tijdens het nader gehoor verklaarde eiser dat hij enkel vanwege economische redenen vertrok, namelijk het moeten afstaan van geld aan corrupte politieagenten, en dat hij geen problemen had vanwege politieke activiteiten. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij lid was van een sociale groep zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, noch dat hij als dissident zou worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en wees het beroep af. Verzoeken om prejudiciële vragen werden niet gehonoreerd. Verklaringen van derden konden het oordeel niet wijzigen. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van asielgerelateerde motieven.