ECLI:NL:RBDHA:2017:13510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende bewijs gezinsband
Eiser, een Libanese nationaliteit dragende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis op basis van een gezinsband met zijn echtgenote, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende documenten of plausibele verklaringen overlegde om de gezinsband aannemelijk te maken.
Eiser stelde dat hij in Syrië niet officieel kon trouwen vanwege religieuze beperkingen en overhandigde enkele identiteitsbewijzen en foto’s, maar geen bewijsstukken van het huwelijk of partnerschap. Verweerder wees erop dat eiser herhaaldelijk de gelegenheid kreeg aanvullende documenten te overleggen, maar hier niet op reageerde.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet in bewijsnood was en dat de verklaringen onvoldoende waren om de gezinsband aan te tonen. Ook het beroep op het nieuwe beleid na het bestreden besluit faalde omdat dit beleid niet retroactief toegepast kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de gezinsband.