ECLI:NL:RBDHA:2017:13506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiseres, Iraanse nationaliteit, verzocht via haar echtgenoot om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste en geen vrijstelling daarvoor kon krijgen.
Eiseres stelde dat haar echtgenoot, die sinds 2011 een uitkering ontvangt en arbeidsongeschikt zou zijn, in aanmerking zou moeten komen voor vrijstelling van het middelenvereiste op grond van de Participatiewet. Zij overlegde een RAAK-rapportage ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat uit de stukken niet blijkt dat sprake is van volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid en dat de ontheffing van arbeidsinschakeling pas vanaf 30 juli 2014 geldt. De stelling van een informele ontheffing kon niet worden bewezen. Ook de omstandigheden van mantelzorg en gezinsrelaties waren onvoldoende om een positieve verplichting tot verblijf te rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.