ECLI:NL:RBDHA:2017:13497

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
21 november 2017
Zaaknummer
NL17.9047
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. De rechtbank overweegt dat eiser op 25 juli 2017 zonder de beslissing af te wachten met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact heeft met zijn gemachtigde.

De rechtbank stelt vast dat het vertrek en het ontbreken van contact duiden op het ontbreken van procesbelang bij eiser. Hoewel de gemachtigde aangeeft dat contact mogelijk hersteld kan worden, acht de rechtbank dit een onbewezen veronderstelling. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat tegen deze uitspraak binnen zes weken verzet kan worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door het vertrek van eiser met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.9047

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. H.W.F. Klarenaar),
en
de minister van Veiligheid en Justitie (en diens rechtsvoorgangers), verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

Overwegingen

1. In artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is, onder meer, bepaald dat de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, het onderzoek kan sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. In het bestreden besluit heeft verweerder opgemerkt dat uit informatie van de Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is gebleken dat eiser op 25 juli 2017, zonder de beslissing op zijn asielaanvraag af te wachten, met onbekende bestemming is vertrokken. Uit het bericht van eisers gemachtigde van 29 september 2017 volgt dat zijn gemachtigde ook geen contact heeft met eiser.
3. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
4. Niet in geschil is dat eiser op 25 juli 2017, nog voor het uitbrengen van het voornemen tot afwijzing van zijn aanvraag, met onbekende bestemming is vertrokken. Gesteld noch gebleken is dat eiser sinds die tijd contact heeft gehad met zijn gemachtigde.
5. Eisers gemachtigde heeft naar voren gebracht dat het klopt dat er thans geen contact meer is, maar dat niet uitgesloten kan worden dat dit vandaag of morgen weer anders wordt.
6. De rechtbank is van oordeel dat uit het feit dat eiser is vertrokken, zonder dat bekend is waarheen, afgeleid moet worden dat eiser kennelijk geen belang hecht aan de beoordeling van zijn beroep door de rechtbank. Voor zover zijn gemachtigde betoogt dat het contact mogelijk weer kan worden hersteld, is de rechtbank van oordeel dat dit een veronderstelling is die niet is onderbouwd. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.