De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld wegens meerdere ontuchtige handelingen met zijn buurmeisje, gepleegd in de periode van 1999 tot 2002 toen het slachtoffer tussen de twaalf en vijftien jaar oud was. De feiten betroffen onder meer tongzoenen, betasten, en seksueel binnendringen met de penis in de mond en vagina van het slachtoffer. Verdachte heeft de feiten ter terechtzitting bekend zonder voorbehoud.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekentenis van verdachte en het proces-verbaal van aangifte van het slachtoffer. Verdachte heeft hiermee de volledige verantwoordelijkheid genomen, wat meeweegt in de strafoplegging. Hoewel dergelijke feiten doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, legde de rechtbank een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van recidive.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en tot betaling van een schadevergoeding van €10.750,- aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 mei 2002. De rechtbank wees een hoger bedrag af wegens onevenredige belasting van het strafgeding en verwees dat deel naar de civiele rechter. De vordering tot schadevergoeding werd gedeeltelijk toegewezen, en verdachte werd veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij.
De strafmaat is mede gebaseerd op de ernst van de feiten, het vertrouwen dat verdachte heeft geschonden, en de blijvende impact op het slachtoffer. De rechtbank legde geen bijzondere voorwaarden op bij de voorwaardelijke straf, gezien de volledige erkenning van schuld door verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.