ECLI:NL:RBDHA:2017:13076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 10 oktober 2017 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2015 was afgewezen en het daaropvolgende beroep ongegrond was verklaard. Hij stelde dat zijn bekering tot het christendom was geïntensiveerd sinds de vorige procedure.
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser geen nieuwe of geloofwaardige elementen had aangevoerd. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de bekering vaag en summier waren en dat de eerdere beoordeling van ongeloofwaardigheid ongewijzigd bleef.
Eiser voerde aan dat zijn mentale toestand een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigde en stelde dat de hoorzitting niet zorgvuldig was verlopen. De rechtbank vond echter dat de hoorzitting zorgvuldig was uitgevoerd, rekening houdend met zijn beperkingen, en dat eiser geen medische onderbouwing had geleverd die zijn stellingen ondersteunde.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 15 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.