ECLI:NL:RBDHA:2017:13071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende op 26 augustus 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening was vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser betoogde dat Duitsland niet aan zijn verdragsverplichtingen voldoet vanwege slechte opvang- en leefomstandigheden, onvoldoende begeleiding, het ontbreken van gesubsidieerde rechtsbijstand en tolkvoorzieningen, en dat zijn homoseksualiteit hem in Duitsland onveilig maakt.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat verweerder ervan uit mag gaan dat Duitsland zich houdt aan zijn internationale verplichtingen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in de Duitse asielprocedure die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat hij in Duitsland niet veilig kan leven vanwege zijn seksuele geaardheid. Klachten hierover dienen bij de Duitse autoriteiten te worden ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.