Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 september 2016, met 3 producties;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met 1 productie;
- de door [B] overgelegde producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis in conventie, met producties 4 tot en met 8;
- het tussenvonnis van 1 maart 2017;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 september 2017, met daarin een wijziging van eis in conventie onder j. en een wijziging van eis in reconventie.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie en in reconventie
primairte bepalen dat de door [B] voldane betalingen aan rente en aflossing ten behoeve van de hypotheek op de woning ad € 248.045,89 voor rekening van de gemeenschap komen en door de gemeenschap aan [B] worden voldaan alvorens tot verdeling wordt overgegaan, althans dat deze schuld van de gemeenschap aan [B] in de verdeling wordt begrepen en
subsidiair[A] te veroordelen om aan [B] te betalen een bedrag van € 124.022,50, zijnde de helft van alle betalingen ter zake van rente en aflossing betreffende de hypotheek op de woning, althans de helft van alle bedragen aan rente en aflossing die [B] de afgelopen vijf jaar ter zake van de woning heeft betaald, een en ander met veroordeling van [A] in de proceskosten en de nakosten.