ECLI:NL:RBDHA:2017:13022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Angola wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs
Eiser, een Angolese vreemdeling afkomstig uit de enclave Cabinda, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn activiteiten voor de FLEC en de gewelddadige vergeldingsacties van het regeringsleger ernstig gevaar liep. Volgens eiser werd hij opgepakt, mishandeld en gemarteld, waarna hij wist te ontsnappen tijdens een aanval op de militaire basis.
Verweerder stelde echter dat het asielrelaas ongeloofwaardig was. Er werd geen bevestiging gevonden in openbare bronnen van de door eiser beschreven gewelddadige incidenten in augustus 2015. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over zijn betrokkenheid bij de FLEC, de aanval op zijn dorp, zijn ontsnapping en zijn reis naar Nederland. Ook benoemde hij belangrijke details over de FLEC-vlag onjuist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht tot de conclusie van ongeloofwaardigheid was gekomen en dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor toelating op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L.E. Bakels op 6 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielverhaal.