ECLI:NL:RBDHA:2017:13018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens onvoldoende aannemelijkheid persoonlijke vervolging
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij bedreigd werd door een sjiitische volksmilitie, die zijn familie onder druk zette en hem probeerde te ontvoeren. Na bedreigingen en een mislukte ontvoeringspoging vluchtte eiser naar Nederland.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet direct na aankomst in Nederland asiel had aangevraagd en omdat zijn verklaringen over de vervolging door de militie als ongeloofwaardig werden beoordeeld. De rechtbank overwoog dat het niet direct aanvragen van asiel de geloofwaardigheid aantast, mede omdat eiser advies had gekregen om de waarheid niet direct te vertellen.
De rechtbank vond dat eiser wisselende en vage verklaringen gaf over de motieven en handelingen van de militie, waardoor het niet aannemelijk is dat hij persoonlijk vervolging of ontvoering te vrezen heeft. De algemene onveilige situatie in Irak werd erkend, maar dit vormt geen grond voor asiel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke vervolging.