ECLI:NL:RBDHA:2017:12552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden voor Iraakse asielzoekers
Eisers, drie Iraakse vreemdelingen afkomstig uit Erbil, hebben een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat de bijzondere omstandigheden rondom het verdrinken van familieleden tijdens een boottocht en de daaruit voortvloeiende psychische problemen niet zijn betrokken in de belangenafweging.
De rechtbank stelde vast dat eisers hun lidmaatschap van de politieke groep RAK en de daaruit voortvloeiende problemen niet aannemelijk hebben gemaakt. Evenmin was het bestaan van de groep voldoende onderbouwd. De activiteiten van eisers bleken beperkt en niet bekend bij autoriteiten, en het vertrek uit Irak was legaal. De vrees voor vervolging werd daarom niet als reëel beoordeeld.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat verweerder bij de beoordeling van de aanvragen voor een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden (art. 3.48 Vb 2000) onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden, waaronder het overlijden van familieleden en de psychische klachten van eisers. Hierdoor ontbrak het besluit aan een voldoende draagkrachtige en controleerbare motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en draagt op tot hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de bijzondere humanitaire omstandigheden.