ECLI:NL:RBDHA:2017:12546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker, een burger van Bangladesh, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 2 oktober 2017 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De behandeling van dit verzoek vond plaats op 24 oktober 2017, gelijktijdig met een andere zaak (NL17.9960).
Op dezelfde dag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Gezien deze beslissing ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en wijst dit af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.S.G. Jongeneel en griffier J.C. de Grauw, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2017. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen nadat het beroep van verzoeker ongegrond is verklaard.