ECLI:NL:RBDHA:2017:12524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, met de Ivoriaanse nationaliteit, diende een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat uit Eurodac bleek dat eiser illegaal via Spanje de EU was binnengekomen. Spanje werd daarom verantwoordelijk geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Eiser voerde aan dat hij in Spanje geen asielverzoek had ingediend en niet in Spanje wilde blijven vanwege eerdere detentie en vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De Spaanse autoriteiten stemden in met de overdracht van eiser.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen. De enkele stelling over mogelijke detentie in Spanje was onvoldoende, mede omdat eiser bij zijn Dublingehoor verklaarde geen problemen in Spanje te hebben gehad. De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet was doorbroken en dat geen sprake was van een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling en geen sprake is van schending van artikel 3 EVRM.