ECLI:NL:RBDHA:2017:12472
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster, een Zimbabwaanse vrouw geboren in 1978, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij besluit van 25 september 2017 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 24 oktober 2017, samen met een gerelateerde zaak. Verzoekster was aanwezig met haar gemachtigde, evenals de gemachtigde van verweerder. Op dezelfde dag heeft de rechtbank het beroep van verzoekster ongegrond verklaard in de hoofdzaak.
Gezien de beslissing op het beroep is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 27 oktober 2017 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter E.S.G. Jongeneel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep inmiddels is beslist en ongegrond verklaard.