Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2017 in de zaken tussen
[eiser 1], eiser, V-nummer [V-nummer],
thans de minister van Veiligheid en Justitie,verweerder
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de beroepen NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235 van eisers tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. Na eerdere procedures en een eerdere uitspraak waarbij de beslistermijn was vastgesteld, stelden eisers de staatssecretaris in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was en dat verweerder niet binnen de gestelde termijn had beslist, waardoor de beroepen gegrond zijn.
Verweerder had een dwangsom toegekend aan eisers wegens het niet tijdig beslissen. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van verweerder aan meer tijd nodig te hebben, wat door eisers werd geaccepteerd. De rechtbank stelde daarom een nieuwe termijn van vier weken vast waarbinnen een besluit moest worden genomen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 per persoon opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan eisers en bepaalde dat verweerder uiterlijk 8 november 2017 een besluit bekend moet maken. Het beroep werd gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.