ECLI:NL:RBDHA:2017:1213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Dublinprocedure
Eisers, allen van Georgische nationaliteit, hebben asielaanvragen ingediend die niet in behandeling zijn genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verweerder heeft verzoeken om uitstel voor het indienen van een zienswijze afgewezen zonder dit kenbaar te maken, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het geldende beleid.
De rechtbank constateert dit gebrek, maar past artikel 6:22 Awb Pro toe en passeert het gebrek omdat niet aannemelijk is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. Het verzoek om uitstel had betrekking op medische stukken waarvan niet is gebleken dat deze relevant of nieuw zijn.
Daarnaast faalt het beroep dat de gezondheid van eiser een belemmering vormt voor terugkeer naar Polen. Polen wordt geacht adequate medische voorzieningen te hebben en eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.