ECLI:NL:RBDHA:2017:11837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier op humanitaire gronden
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op basis van overige humanitaire redenen. Hij stelde dat hij vanwege confrontaties met het Turkse leger, waarbij familieleden zijn omgekomen, en psychische klachten niet veilig naar Turkije kon terugkeren. Tevens voerde hij aan dat hij in Nederland meer kansen heeft en dat terugkeer tot een medische noodsituatie zou leiden.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de medische vrijstellingscriteria. Ook werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro afgewezen wegens het ontbreken van een aantoonbaar opgebouwd privéleven in Nederland. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de medische stukken onvoldoende waren en de dramatische gebeurtenissen niet objectief waren onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende relevante medische gegevens had overgelegd voor een adviesaanvraag bij Bureau Medische Advisering. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiser geen objectief verifieerbare documenten over een privéleven in Nederland had. De eerdere uitspraken over de gebeurtenissen in 1993 werden bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat deze niet tot een vrijstelling konden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het opleggen van het inreisverbod werd als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier en het opleggen van het inreisverbod is ongegrond verklaard.