ECLI:NL:RBDHA:2017:11715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en nationaliteit
Eiser, een Kameroense nationaliteit stellende asielzoeker, heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd die door verweerder is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder baseert dit op tegenstrijdige verklaringen van eiser over zijn geboorteplaats en geboortedatum, en het ontbreken van objectieve bewijsstukken zoals een geboorteakte.
Eiser betwist de beschuldiging van misleiding en stelt dat hij de waarheid heeft gesproken, waarbij hij wijst op een onjuist proces-verbaal tijdens het aanmeldgehoor. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de wisselende verklaringen en het ontbreken van bewijs leiden tot een gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat het onmogelijk is om de identiteit en nationaliteit van eiser vast te stellen, waardoor een inhoudelijke beoordeling van de asielgronden niet aan de orde is. De aanvraag is daarom terecht afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G. de Zeben - de Vries op 12 oktober 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de identiteit en nationaliteit van eiser.