ECLI:NL:RBDHA:2017:11656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig administratief medewerkster, kreeg een WIA-uitkering toegekend na ziekmelding in 2013 wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling concludeerde het UWV dat zij per 19 september 2016 niet meer dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor haar uitkering per 4 januari 2017 werd beëindigd.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische en lichamelijke klachten, waaronder depressie, een polsoperatie, fibromyalgie en nekklachten. Zij overhandigde diverse medische verklaringen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluiten mocht baseren op zorgvuldige rapporten van verzekeringsartsen, die in deze zaak zorgvuldig waren opgesteld en geen reden gaven tot twijfel.
De verzekeringsarts b&b had vastgesteld dat de beperkingen van eiseres juist waren beoordeeld en dat de geduide functies geschikt waren voor haar belastbaarheid. De rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van dit oordeel en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.