Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum en plaats],
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 23 mei 2017 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek op 15 augustus 2017 behandeld, waarbij verzoekster en haar vertegenwoordigers zijn gehoord.
De rechtbank beoordeelde of verzoekster te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De schulden betreffen een bedrag van €53.325 aan de Belastingdienst, ontstaan tussen 2014 en 2017 door aanslagen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet.
Verzoekster stelde dat zij telefonisch van de Belastingdienst had vernomen dat zij geen belasting hoefde te betalen over ontvangen alimentatie, maar deze verklaring werd door de Belastingdienst als ongeloofwaardig bestempeld. Verzoekster gaf toe dat zij wist dat zij belasting moest betalen en dat zij had moeten reserveren. De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet te goeder trouw handelde en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.