Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 oktober 2017 in de zaak tussen
[kind], eisers
de Minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin van Afghaanse nationaliteit behorend tot de Sikh-minderheid, hebben in maart 2017 een asielaanvraag ingediend nadat eerdere aanvragen in 2014 en 2015 waren afgewezen en in hoger beroep in stand waren gebleven. De Staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe elementen waren aangevoerd die de beoordeling konden beïnvloeden.
Eisers voerden aan dat onvoldoende was onderzocht of zij een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro te wachten stond en beriepen zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een andere Sikh-zaak waarin een verblijfsvergunning was verleend. De rechtbank overweegt dat in die andere zaak sprake was van een ambtelijke misslag, waarbij algemene omstandigheden ten onrechte als geringe individuele indicaties werden aangemerkt.
De rechtbank neemt de eerdere overwegingen van de voorzieningenrechter over dat de situatie van Sikhs in Afghanistan niet zodanig slecht is dat zij als vluchteling moeten worden aangemerkt en dat eisers geen nieuwe feiten hebben aangevoerd die dit rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de ambtelijke misslag niet herhaald hoeft te worden. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.