ECLI:NL:RBDHA:2017:11345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende verstrekte informatie
Eiser had eerder bijstand ontvangen, maar deze was ingetrokken wegens het niet melden van werkzaamheden als zelfstandige. Na een nieuwe aanvraag op 15 december 2014 en een daaropvolgende aanvraag op 27 juli 2015, werd zijn verzoek afgewezen omdat hij onvoldoende informatie verstrekte om zijn recht op bijstand vast te stellen.
Verweerder vroeg herhaaldelijk om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, verklaringen over stortingen en een boekhouding van de ondernemingen van eiser. Eiser gaf niet uit eigen beweging aan dat hij als zelfstandige stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De rechtbank stelde vast dat de gevraagde informatie essentieel was en dat eiser niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder deze gegevens en verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.A.J. Overdijk op 3 juli 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende verstrekte informatie.