Frisia Makelaars vordert betaling van courtage van de gedaagde, die de bemiddelingsopdracht voor de verkoop van zijn bedrijfspand had ingetrokken en het pand daarna zelf verkocht. De gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij als consument moet worden beschermd en dat de opdracht rechtsgeldig is beëindigd zonder dat Frisia Makelaars recht heeft op courtage.
De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde niet als consument kan worden aangemerkt, omdat het pand werd verhuurd als pensioenvoorziening die voortvloeit uit zijn eerdere ondernemerschap. De primaire grondslag van de vordering, artikel 14.1 van de NVM-voorwaarden, is niet van toepassing omdat niet vaststaat dat de verkoop plaatsvond vóór de beëindiging van de opdracht.
De kantonrechter stelt vast dat de beëindiging van de opdracht aan de gedaagde is toe te rekenen, omdat hij Frisia Makelaars de mogelijkheid tot bemiddeling ontnam en het transport van het pand kort na de opzegging plaatsvond. Frisia Makelaars heeft recht op een vergoeding van € 9.680,00 inclusief BTW, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten. De kosten van de procedure worden aan de gedaagde opgelegd.