ECLI:NL:RBDHA:2017:11071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe geloofwaardige elementen homoseksualiteit
Eiser, een Ugandese nationaliteit dragende persoon, diende een derde opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij homoseksueel is en daarom recht heeft op een verblijfsvergunning. Eerdere aanvragen werden afgewezen omdat verweerder zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig achtte.
De aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er geen relevante nieuwe elementen of bevindingen waren. Eiser voerde aan dat het geloofwaardig achten van een homoseksuele relatie van een andere Ugandese vreemdeling met hemzelf een nieuw relevant feit vormde, ondersteund door diverse medische en maatschappelijke rapporten.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van verweerder in de andere zaak geen invloed heeft op de geloofwaardigheid van eisers eigen verklaringen over zijn seksuele geaardheid. De vaste werkwijze voor beoordeling van seksuele geaardheid vereist inzicht in het bewustwordingsproces en zelfacceptatie, hetgeen eiser onvoldoende heeft aangetoond. Verklaringen van derden en eerdere rapporten boden geen zelfstandige grond om anders te oordelen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag in stand. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de derde opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van relevante nieuwe elementen.