ECLI:NL:RBDHA:2017:11044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd niet in behandeling genomen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
Eiser betoogde dat er geen garantie was dat Duitsland zijn hier ingediende asielaanvraag verder zou behandelen, waardoor hij het risico liep op illegale binnenkomst en bewaring. De rechtbank maakte onderscheid tussen de nationale asielaanvraag en het internationale verzoek om bescherming zoals bedoeld in de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat de Dublinverordening geen verplichting oplegt aan lidstaten om een nationale asielaanvraag van een andere lidstaat over te nemen.
Verder werd vastgesteld dat het terugnameverzoek door Duitsland was geaccepteerd, wat impliceert dat eiser zijn eerdere verzoek in Duitsland heeft ingetrokken. De rechtbank ging uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en vond onvoldoende aannemelijk dat eiser onrechtmatig in bewaring zou worden genomen of geen rechtsmiddelen zou hebben in Duitsland.
De rechtbank concludeerde dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.