ECLI:NL:RBDHA:2017:11027
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende in 2014 als minderjarige een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen wegens vertrek met onbekende bestemming. In 2017 diende zij opnieuw een aanvraag in, mede namens haar minderjarige kinderen. Duitsland accepteerde de overdracht van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiseres betoogde dat de eerdere aanvraag niet correct was bekendgemaakt en dat zij tegen haar wil naar Duitsland was gebracht, waardoor Nederland de aanvraag zou moeten behandelen. De rechtbank oordeelde dat de bekendmaking via haar gemachtigde rechtsgeldig was en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielaanvraag aan Duitsland wordt ongegrond verklaard.