ECLI:NL:RBDHA:2017:10994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij verlenging ingetrokken verblijfsvergunning
Eiser, houder van de Liberiaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die met terugwerkende kracht tot 22 september 2013 was ingetrokken bij besluit van 23 september 2015. Dit intrekkingsbesluit was door de rechtbank eerder bevestigd in een uitspraak van 8 juli 2016.
Op 11 augustus 2016 diende eiser een aanvraag in tot verlenging van de verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvraag af, waarna eiser beroep instelde tegen dit besluit. De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van de aanvraag geen geldige verblijfsvergunning bezat, waardoor verlenging niet mogelijk was.
De rechtbank onderzocht of eiser procesbelang had bij de beoordeling van zijn beroep. Eiser stelde dat de aanvraag als eerste aanvraag moest worden beoordeeld, maar de rechtbank verwierp dit omdat de aanvraag niet als eerste of opvolgende asielaanvraag was aangemerkt en de intrekking definitief was.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang had bij de beoordeling van zijn beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Toekoen op 8 september 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.