Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2017 in de zaken tussen
[eiseres], geboren op [geboortedatum ], eiseres
[naam], geboren op [geboortedatum ]
Rechtbank Den Haag
Eisers, een familie bestaande uit een moeder en vier kinderen, hebben meerdere asielaanvragen ingediend, waarbij zij aanvankelijk de Iraanse nationaliteit stelden. Na eerdere afwijzingen en onherroepelijke uitspraken, dienden zij nieuwe aanvragen in met de stelling dat zij Iraakse nationaliteit bezitten. Verweerder verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat geen nieuwe relevante elementen waren aangevoerd.
Eisers voerden aan dat zij onder druk van de vader van het gezin hun juiste identiteit hadden verzwegen en dat zij nieuwe Iraakse documenten hadden verzameld. De rechtbank overwoog dat eisers deze nieuwe elementen eerder hadden kunnen aanvoeren en dat de plicht tot volledige en juiste verklaring reeds bij eerdere aanvragen bestond. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat zij niet tevens de Iraanse nationaliteit bezitten, mede gelet op de bevestiging van de Iraanse ambassade en het verslag van de Dienst Terugkeer & Vertrek.
De rechtbank concludeerde dat de aanvragen terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard omdat geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden waren gebleken. Het beroep tegen deze besluiten werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvragen wegens gebrek aan nieuwe relevante elementen.